November 1944 – Een geallieerde jager neergestort te Boerdonk (Boerdonksedijk)
Het laatste geallieerde vliegtuig dat gedurende de oorlog op Erps grondgebied neerkwam, was een eenmotorige jager. Rond de crash van dit toestel zijn tot op heden veel vragen blijven bestaan, als omtrent de exacte datum, het type vliegtuig, het squadron en de naam van de vlieger. Het was echter in de maand november 1944.
Het toestel stortte op een namiddag rond 4 uur neer, ongeveer 150 meter uit de hoek Boerdonksedijk/ Trentweg op een stuk grond van Jan v.d. Velden (destijds Trentweg), achter diens huis en op de hoek met een veld van Janus v.d. Berg (destijds Boerdonksedijk). Het was finaal in stukken geslagen en het voorste stuk met de motor had zich diep in de erg natte grond geboord. De hierdoor veroorzaakte kuil liep in de kortste tijd vol met water.
Het vliegtuig verkeerde waarschijnlijk al enige tijd in moeilijkheden toen het boven Erp vloog; het had al even boven het Hurkske en de bossen rondgecirkeld, misschien wel om een geschikte noodlandingplek te zoeken. Plotseling zwenkte het af, terwijl het een rookspoor achterliet.
De piloot verliet zijn jagertje en landde per parachute. Zijn klein reddingsbootje (dinghy) hing nog met een touw aan zijn lichaam bevestigd enige meters onder hem, terwijl hij neerdaalde. Toen hij nog op een hoogte van enkele tientallen meters boven de grond kwam aanzweven wierp hij het bootje af. De piloot, waarvan de naam niet bekend is, landde bij de driesprong van de wegen Boerdonksedijk, Hurkske, De Laren vlak bij het PNEM-huisje, tussen de boerderijen van Kerkhof en van Asseldonk. Hij was verder ongedeerd. Enkele inwoners hadden het rondvliegen, het neerstorten en het landen van de piloot op afstand kunnen volgen.
Bij de familie v.d. Velden had men amper iets opgemerkt; het grootste deel van het gezin zat thuis in “den herd” bij de kachel toen de jager vlakbij neerplofte. Alleen moeder Katrien v.d. Velden zag plotseling door het huiskamerraam het neervallende vliegtuigje voorbij flitsen, zonder dat ze echt besefte wat er gaande was. Maar al snel ontdekte men wat er was gebeurd.
Het neerstorten veroorzaakte, behalve een groot gat in de akker, geen schade aan eigendommen van bewoners in de buurt. Het wrak is na een tiental dagen door een Britse legereenheid zoveel mogelijk geruimd en afgevoerd; maar niet alles kon worden geborgen.
Ergens in 1948 attendeerde Boerdonkenaar Dorus van Deurzen Jan v.d. Velden er op, dat de motor van het neergestorte vliegtuig zeer waarschijnlijk nog in de grond zat. De Britten zouden hem niet hebben geborgen omdat hij te diep was ingeslagen. Een firmaatje uit Eindhoven heeft daarna nog getracht de motor te bergen, maar de opgestelde driepoot met een zwaar katrol was niet bij machte om de diep ingeslagen en inmiddels nog verder weggezakte motor er uit te takelen. Hij zit er dus nog steeds.
Leden van de familie v.d. Velden hebben na de ruiming van het wrak het door de Britten achtergelaten gat zelf moeten dichten; vele, vele kruiwagens zand hebben zij er naartoe moeten brengen. Jarenlang vonden zij verder bij het ploegen of het anderszins bewerken van het land nog stukjes restanten van het toestel, als van de aluminium beplating, stukjes leiding, plexiglas, maar vooral ook veel mitrailleurkogels van de boordbewapening.
Het onbeschadigd gebleven kleine staartwiel van de jager vond nog een wel zeer bijzondere toepassing. Winkelier Jan v.d. Wijdeven in Erp had het onderdeel overgenomen van Toon Zomers, toen woonachtig in een van de gemeenteboerderijen in het Hurkske en liet het als voorwiel monteren op zijn transportfiets, welke hij gebruikte om zijn winkelwaar rond te brengen. De gaffel van deze zware fiets werd daartoe aangepast (verlengd), zodat een en ander toch enigszins in horizontale toestand bleef. Ook de eerste jaren na de oorlog was er nog een groot gebrek aan fietsbanden, dus was het een prima oplossing. De sterke luchtband bewees op deze wijze een opvallende dienst en ging in deze functie nog vele jaren mee.
De nog nimmer opgeloste vragen met betrekking tot details van deze crash als soort vliegtuig, naam de vlieger enz. heeft meerdere onderzoekers naar oorlogsvoorvallen tot op heden bezig gehouden. Men heeft wel enige aanknopingspunten ontwaard, doch niet kunnen omzetten in een definitieve beschrijving.
Werd er lange tijd vanuit gegaan, dat het een RAF-toestel betrof, al enige tijd heerst er de mening, dat het een toestel van de USAAF (Amerikaanse luchtmacht) betreft en wel een P-51 Mustang (eenmotorige jager).
Enkele jaren geleden bleek onderzoekers, dat Willem v.d. Velden, 2e. zoon van bovengenoemde Jan en Katrien,
wonende te Gemert, nog over wat “spulletjes” van de jager beschikte o.a. een stuk aluminiumplaat van de rompbekleding. En laat daarop nu juist een haast doorslaggevende aanwijzing zijn terug te vinden, namelijk de nationaliteitsaanduiding voor een USA-toestel, de witte strepen met een witte ster daarin. En voor kenners een andere aanwijzing, dat het om een Mustang ging. Tot op heden zijn in Amerikaanse archieven geen verdere gegevens gevonden.
Zou de motor geborgen mogen worden, dan krijgt men in één klap voldoende informatie om het vliegtuig te traceren. De vele motorgegevens, die dan vrij komen, geven volledige opheldering over het toestel.
De datum van de crash is zeer waarschijnlijk ook 2 november 1944 geweest.
Een P-51 MUSTANG-jager van de Amerikaanse luchtmacht (USAAF),
waarmede ook de Britse R.A.F. vloog
Op één na zijn alle gedurende de oorlog in Erp neergestorte geallieerde vliegtuigen hiermede de revue gepasseerd; er resteren nu nog de beschrijvingen van het neerkomen van een RAF-toestel en een tweetal vliegtuigen van de Duitse Luftwaffe, waarover in de toekomst nog bijdragen zullen handelen.