Zaterdag 11 mei 1940 – “Keldonkse” belevenissen 1

Reeds in de vroege uren van zaterdagmorgen 11 mei kwam het dorp zonder elektrische stroom te zitten; dat gold de dorps­kern en omgeving, want de echte buiten­gebieden waren in die tijd nog niet aan­gesloten op het elektriciteitsnet. Met het springen van de Aa-brug te Erp werd n.l. ook een stuk van de pas einde april aangelegde nieuwe hoofd­ka­bel van de PNEM vernietigd. Daarmede kwam een einde aan de stroomvoorziening voor zowel het deel van Erp onder de Aa, als voor Keldonk en Boer­donk. Het heeft meer dan twee weken geduurd voordat iedereen weer stroom geleverd kreeg. Aangezien in die tijd elektrici­teit hoofd­zakelijk werd ge­bruikt voor verlich­tings­doeleinden was deze handicap te dra­gen.

De gewonden.  Er vielen onder de burgerbevolking twee gewonden door kogels. De 21-jarige Willem van Wanrooy van de Dieperskant C.l00 raakte het ern­stigste gewond. Hij was zaterdagvoormiddag met familieleden bij het ouderlijk huis nog een schuilkel­der aan het aanleggen toen hij getroffen werd door kogels, met grote waarschijnlijk afgevuurd door Nederlandse soldaten. Het kunnen toevalstref­fers zijn geweest, doch evenzo gerichte schoten, omdat men aan de overkant van het kanaal kon vermoeden met Duitse troepen te maken te heb­ben, die een veldversterking of iets dergelijks aan het bouwen waren. Willem werd door de linker schou­der en hand gescho­ten en vooral de eerste kwetsuur was vrij ernstig, omdat ook een long was doorschoten. Hij werd naar het zieken­huis te Veghel over­ge­bracht en daar ver­pleegd tot midden juni. Op 12 juni kon hij het ziekenhuis weer verla­ten. Willem is over­leden op 11 aug. 1987 en ligt begraven te Erp.             

Een tweede gewonde viel rond het middaguur en wel in de per­soon van Toos Coolen, toen net negen jaar oud. Met vader, moeder en een aantal broers en zusters vluchtte zij van de boerderij, gelegen in de buurt van de kanaaldijk, richting dorp. Op zo’n tweehonderd meter van huis verwijderd werd zij getroffen door een kogel. Deze ging dwars door haar rechter arm, juist onder de elleboog, en haar kleren in haar zij. Daar liep zij geen letsel meer op. Meteen werd naar de boerderij terugge­keerd om aldaar de gebeurtenissen af te wach­ten. Toen korte tijd later Duitse soldaten in huis kwamen werd aan hen om medische ver­zorging gevraagd. Onder begeleiding van twee Duitsers mocht vader Coolen haar naar de wijkzus­ter in het klooster te Keldonk brengen, alwaar de verwonding werd behan­deld; nadien konden beiden naar huis terugkeren. Toos hield alleen een klein spierletseltje aan de verwonding over en woont thans, gehuwd met M. v.d. Biggelaar, op Bemmer te Donk.

Toon Tielemans liep ernstige brandwonden op bij een poging de brand te blussen in de boerderij van zijn broer. Zie verder in deze bijdrage. 

De boerderijbranden. Twee boerderijen vielen ten offer aan het oorlogsgeweld; zij werden in brand geschoten en brandden totaal af. De eerste betrof de boerderij van de fam. H. Tielemans-Habraken, C.27. Het gezin (ouders en zeven kinderen) was rond het middaguur van de boerderij weggetrokken en naar de fam. Frans Nooyen in Keldonk gegaan. Toon Tielemans, broer van het gezinshoofd, was met een man uit Berlicum in het huis achtergebleven. Na door de Duit­sers te zijn ontdekt werden zij meegenomen naar Kel­donk. Zij werden korte tijd later vrijgelaten, waarna zij terugkeerden naar de boerderij. Zoals reeds beschreven in bijdrage nr. 33 werd bij het eerste artilleriesalvo van de Duitsers de boer­derij al getroffen. De brand begon in het achterhuis en breid­de zich snel uit. Aan effectief blussen viel niet te denken, mede gelet op de gevaarlijke omstandigheden rondom de boerde­rij en aan de nabije kanaaldijk. Toon Tielemans (Toon-oom voor de familie) trachtte tezamen met de Berli­cummer nog wat te redden, maar raakte daarbij ernstig gewond. Toen hij een deur naar de schuur/het achterhuis opende werd hij getrof­fen door een vuurzee, waarbij hij ernstige brandwonden aan han­den, armen en gezicht opliep. Een tijdlang lag hij ter bescherming tegen de overal rondvliegende kogels in een sloot bij de boerderij, waar hij later op de middag door enkele familiele­den en buurtbewo­ners werd gevonden. Deze schrokken geweldig van de aanblik van de door het vuur getroffen man. Eerste hulp verkreeg ook hij bij de Zusters in Kel­donk; hij moest nog gerui­me tijd (thuis) worden ver­pleegd. De fam. Tiele­mans ver­bleef nadien ong. twee weken bij Hannes Coolen, waarna weer intrek kon worden genomen in een nood­schuurtje bij de afge­brande boerde­rij. Die zaterdagmorgen verbleef ook een familie Donkers uit Boekel bij Tielemans; zij waren vrijdag­middag geëvacueerd uit Boekel. Wederom moesten zij – en nu voor de 2e. keer – vluchtten. Het door hen meegebrachte paard over­leefde de schotenwisselingen niet.

De tweede boerderij, die in vlammen opging was die van de fam. H. van Genugten-Rooyackers, op C.12 aan de overzijde van het kanaal. Even na 13.00 uur werd ook hier het achterhuis getrof­fen door een granaat; deze keer echter afgevuurd door een Duitse tank. Het dak van stro vatte onmiddellijk vlam en de boerderij was niet te redden, temeer daar er ook hier geen blus­moge­lijkheden waren. De familie schuilde met nog een jong knechtje op het moment van de granaatinslag in het achterhuis, naast een stevige tussenmuur. Niemand raakte echter gewond en iedereen kon het in brand geraakte pand in allerijl verlaten; het gezin vluchtte naar de verderop gelegen boerderij van Willem van Asseldonk, alwaar  men een tijdlang onderdak ver­kreeg.

In het volgende nummer wordt met een beschrijving van nog enkele kleine voorvalletjes, belevenissen en met wat de kran­ten einde mei te vertellen hadden (na een korte onderbreking verschenen zij in de tweede helft van mei alweer) de terugblik op de gebeurtenissen in Keldonk in de meidagen 1940 afgeslo­ten

Similar Posts

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *